VEREIN GEDENKSTÄTTE KZ ENGERHAFE E.V.
 
 

 
   
     Kamppoort   -  potloodschets 1989  -  Herbert Müller

Het concentratiekamp Engerhafe

In maart 1942 werd in opdracht van de Organisation Todt een barakkenkamp gebouwd voor de huisvesting van Nederlandse arbeiders die in Emden te werk werden gesteld bij de bouw van bunkers. Het kamp lag op land van de kerk, dat door de staat in beslag genomen was. Het lag midden in het dorp, vlakbij de kerk, de pastorie en de school.

Op 21-10-1944 kwamen ongeveer 400 gevangenen uit Neuengamme naar Engerhafe, om dit kamp, dat na het vertrek van de Nederlandse arbeiders leegstond, te beveiligen met prikkeldraad, schrikdraad en wachttorens. In de daaropvolgende dagen werden ca. 2000 gevangenen uit het concentratiekamp Neuengamme in de barakken ondergebracht. Het waren grotendeels politieke gevangenen uit Polen, Holland, Letland, Frankrijk, Rusland, Litouwen, Duitsland, Estland, België, Italië, Denemarken, Spanje en Tsjecho-Slowakije.

Leider van het kamp was SS-Unterscharfführer Erwin Seifert (14-10-1915 geboren in Adelsdorf, Tschecho-Slowakije), die voordien behoorde tot de Kommandaturstab van het concentratiekamp Sachsenhausen. Het bewakingspersoneel bestond waarschijnlijk uit vier SS'ers en uit gedetacheerde soldaten van de marine en het leger.  

terug

De "Friesenwall"

Na de invasie van de geallieerden op 6-6-1944 in Normandië gaf Adolf Hitler op 28-8-1944 bevel tot het bouwen van een versterkingswerk: de "Friesenwall", een verdediginglinie die zich langs de kust moest uitstrekken van de noordelijke provincies van Nederland tot Denemarken. Achter de eerste linie, direct achter de kust, met schietbanen, schuttersputten en grendelstellingen, moest een tweede linie met loopgraven worden aangelegd. De stad Aurich werd tot vesting verklaard en moest bovendien met een antitankgracht worden beschermd.

Een antitankgracht was 4-5 m breed, 2-3 m diep, door de schuin aflopende wanden was de bodem slechts 0,50 m breed. De bouwleiding voor de grachten was in handen van de Organisation Todt. Omdat er aan het eind van de oorlog overal een tekort aan arbeiders was, liet men dit werk hoofdzakelijk uitvoeren door gevangenen uit het concentratiekamp Neuengamme,, die in het tot buitenpost verklaarde barakkenkamp in Engerhafe waren gehuisvest.

terug

Leef- en werkomstandigheden

Het leven in het kamp was ondragelijk. De barakken waren overvol, de gevangenen sliepen dicht op elkaar in stapelbedden, met zijn tweeën of drieën in één bed. Ondanks de kou en de vochtigheid werden de ruimtes niet verwarmd. Voor alle gevangenen was er slechts één kleine, absoluut ontoereikende wasruimte. Scheren was onmogelijk, men kon alleen gezicht en handen oppervlakkig wassen. Er waren geen toiletten, alleen een balk met een kuil eronder. Door deze rampzalige hygiënische toestanden breidden ernstige infectieziektes (dysenterie) zich razendsnel uit onder de gevangenen.

Medische verzorging was er niet. De enige arts onder de gevangenen had medicijnen noch verbandmateriaal tot zijn beschikking. De situatie in de ziekenbarak was schrikbarend. De zieken lagen op de grond en in 3 etages boven elkaar op houten planken. Bijna iedereen had dysenterie. Omdat velen zo zwak waren dat ze zich niet meer konden bewegen, lagen ze in hun eigen uitwerpselen en bevuilden elkaar, de stank was ondragelijk. Alleen de aller ernstigste zieken werden opgenomen en een ieder wist dat dit zijn einde betekende.

De voeding was ontoereikend: afgezien van een armzalig ontbijt bestaand uit een stuk brood, ca 20 gram margarine en een beetje jam en worst kregen de gevangenen alleen `s avonds een dunne soep.

De dag begon ´s morgens om 4 uur met opstaan. Na het ontbijt vond op de verzamelplaats een tel-appel plaats. Om 6.30 uur liepen de gevangenen in rijen van vijf man gearmd naar het 2 km verderop gelegen station in Georgsheil. Hiervandaan werden ze per trein naar Aurich gebracht. Daar begon de voetmars door het stadje tot aan hun werkplek. Hier moesten ze zonder pauze tot het donker werd werken aan de antitankgrachten. Als gereedschap hadden ze slechts compleet ongeschikte kolenscheppen tot hun beschikking. Het regende bijna altijd, ze stonden vaak tot aan hun knieën in het water. De volledig verzwakte gevangenen waren overgeleverd aan de willekeur van gewelddadige kapo's, die hen sloegen en tot werken dwongen tot ze erbij neervielen.

terug

Lijden en sterven

Bij het invallen van het donker sleepten de gevangenen zich op hun klompen, streng bewaakt en voortgedreven door de kapo's, hoorbaar door de stad Aurich.

Degenen die tijdens het werk waren bezweken onder de onmenselijke belasting werden ´s avonds op een kar aan het einde van de ellendige optocht meegenomen naar Engerhafe en daar op de begraafplaats, gewikkeld in teerkarton, in een massagraf gegooid.

Vanaf 20 oktober t/m 22 december 1944 kwamen 188 mensen om het leven.

68        Polen
47        Nederlanders
21        Letten
17        Fransen
9          Russen
8          Litouwers
5          Duitsers
4          Esten
3          Belgen
3          Italianen
1          Deen
1          Spanjaard
1          Tsjech

Ze werden op het kerkhof naast de kerk begraven door medegevangenen, zonder medewerking van de kerk en burgerlijke instanties. De eerste begrafenis was op 4 november.

De antitankgracht was eind december 1944 voltooid. Op 22 december werd het concentratiekamp Engerhafe opgeheven en de nog levenden gevangenen werden naar Neuengamme teruggebracht.

Naar de namen van de overledenen ...

terug

Na de oorlog

Al gauw na 1946 ontfermde de Vereinigung der Verfolgten des Naziregimes (VVN) zich over de graven. De plaatselijke predikant, de heer Kuhnert (tot 1956), organiseerde samen met de heer Sundermann uit Moordorf, als vertegenwoordiger van de VVN, jaarlijks herdenkingsbijeenkomsten, die waarschijnlijk later werden gecombineerd met de Volkstrauertag. (De manier waarop herdacht werd na de oorlog is nog niet uitputtend onderzocht).

In 1952 groef de Franse opsporingsdienst de gestorven gevangenen op. Met behulp van de dodenlijst van de kerkelijke gemeente werden hun stoffelijke overschotten bijna allemaal geïdentificeerd en vervolgens herbegraven in individuele graven, of overgebracht naar andere begraafplaatsen, deels in hun eigen plaats van herkomst.

In 1966 werd bij de rechtbank Aurich een aanklacht ingediend tegen de kampleider Erwin Seifert. Vier jaar later werd het proces beëindigd wegens gebrek aan bewijs op het punt van beschuldiging van moord en het verjaren van de andere aanklachten beëindigd.

In 1972 werd Erwin Seiffert wegens zijn misdaden in het concentratiekamp Sachsenhausen door de rechtbank Keulen veroordeeld tot meerdere jaren gevangenisstraf.

Sinds 1 september 1983 organiseert de Deutsche Gewerkschaftsbund (Duitse Centrale Vakbond) ieder jaar op de dag tegen de oorlog bijeenkomsten rond de graven van de slachtoffers van het concentratiekamp Engerhafe.

Sinds 1990 staat er een monument op het kerkhof. Dit is te danken aan een groep scholieren van het gymnasium in Aurich, die het onder leiding van hun leraren Herbert Müller en Joao Neves in 1989 ontwierpen. Het is gerealiseerd door de gemeente Südbrookmerland. Een uitgebreid en nauwkeurig onderzoek van de gebeurtenissen in en om het concentratiekamp Engerhafe door Martin Wilken en later door Elke Suhr en Enno Schmidt gaf de aanstoot tot het hele project.

Verder droegen een grote, meerdaagse manifestatie in het Gulfhof in 1994 met een stille tocht naar het station in Georgsheil en verschillende tentoonstellingen en evenementen bij tot de oprichting van de vereniging.


naar boven ...
 

 
Verein Gedenkstätte KZ-Engerhafe e.V. - Kirchwyk 5 - 26624 Engerhafe